JW subtitle extractor

Aflevering 6: ‘Bent u degene die zou komen?’

Video Other languages Share text Share link Show times

Toen hij dat allemaal tegen het volk had gezegd...
ging hij Kapernaüm binnen.
Er was daar een legerofficier...
die een slaaf had die veel voor hem betekende.
Deze slaaf was ernstig ziek en lag op sterven.
De legerofficier hoorde over Jezus...
en stuurde oudsten van de Joden naar hem toe...
met de vraag...
of hij wilde komen om zijn slaaf beter te maken.
Ze kwamen bij Jezus
en deden hem een dringend verzoek:
Hij is het waard dat u hem deze gunst bewijst...
want hij houdt van ons volk
en heeft de synagoge voor ons laten bouwen.
Jezus ging met ze mee.
Maar toen hij niet ver meer van het huis was...
stuurde de legerofficier
vrienden naar hem toe met de boodschap:
Mijnheer, doe geen moeite...
want ik ben het niet waard
dat u onder mijn dak komt.
Om die reden ben ik niet zelf naar u toegekomen.
U hoeft het alleen maar te zeggen
en dan wordt mijn dienaar beter.
Want ook ik ben onder het gezag
van anderen gesteld en ik heb soldaten onder me.
Tegen de een zeg ik:
Ga! en dan gaat hij...
tegen een ander:
Kom! en dan komt hij...
en tegen mijn slaaf:
Doe dit!
en dan doet hij het.
Jezus stond versteld toen hij dat hoorde...
en hij zei tegen degenen die hem volgden:
Ik zeg jullie de waarheid:
bij niemand in Israël
heb ik zo'n groot geloof gevonden.
Maar ik zeg jullie dat velen
uit het oosten en het westen zullen komen...
en met Abraham, Isaäk en Jakob aan tafel
zullen gaan in het Koninkrijk van de hemel...
terwijl de zonen van het Koninkrijk...
eruit gegooid zullen worden, de duisternis in.
Daar zullen ze jammeren en knarsetanden.
Ga.
Het geloof dat je hebt...
zal beloond worden.
Meester!
Op datzelfde moment werd de dienaar beter.
De mannen die gestuurd waren,
gingen terug naar het huis...
en troffen daar de slaaf in goede gezondheid aan.
Kort daarna ging hij naar de stad Naïn...
en zijn discipelen
en een grote menigte gingen met hem mee.
Toen hij in de buurt van de stadspoort kwam...
werd er net een dode man naar buiten gedragen...
de enige zoon van een weduwe.
Er was ook een grote groep mensen
uit de stad bij haar.
Toen de Heer haar zag...
kreeg hij medelijden met haar.
Huil maar niet.
Hij kwam dichterbij en raakte de baar aan.
De dragers bleven staan.
Jongeman, ik zeg je: sta op!
De dode man kwam overeind en begon te praten.
Wat is er gebeurd?
Je leeft!
Ik kan het niet geloven. Je leeft weer!
Je bent er weer!
Ik ben zo blij.
En Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Iedereen werd vervuld met ontzag.
Ze loofden God en zeiden:
Een groot profeet is onder ons opgestaan...
en: God heeft aan zijn volk gedacht.
Dat nieuws over hem werd bekend
in heel Judea en het gebied eromheen.
Johannes kreeg al die dingen
te horen van zijn discipelen.
Daarom riep hij
twee van zijn discipelen bij zich...
en stuurde ze naar de Heer met de vraag:
Bent u degene die zou komen...
of moeten we een ander verwachten?
Toen de mannen bij hem kwamen, zeiden ze:
Johannes de Doper heeft ons gestuurd met de vraag:
Bent u degene die zou komen...
of moeten we een ander verwachten?
Jezus genas toen veel mensen van ziekten...
en ernstige kwalen...
en van boze geesten.
Ook gaf hij veel blinden
het gezichtsvermogen terug.
Ga naar Johannes
en vertel hem wat jullie hebben gezien en gehoord:
de blinden zien...
de kreupelen lopen...
de melaatsen worden rein...
de doven horen...
de doden worden opgewekt...
en aan de armen wordt het goede nieuws verteld.
Gelukkig is degene
die geen aanstoot aan mij neemt.
Toen de afgezanten van Johannes waren weggegaan...
begon Jezus tegen de menigte
over Johannes te spreken:
Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken?
Naar een rietstengel...
die heen en weer beweegt in de wind?
Waar zijn jullie dan naar gaan kijken?
Naar iemand in kostbare kleding?
Mensen met prachtige kleding
die in weelde leven, vind je alleen in paleizen.
Waar zijn jullie dan wel naar gaan kijken?
Naar een profeet?
Ja, zeg ik jullie...
en veel meer dan een profeet.
Dit is degene over wie is geschreven:
Let op! Ik stuur mijn boodschapper voor je uit...
die de weg voor je zal banen.
Kijk, het Lam van God.
Ik zeg jullie:
Onder degenen die uit een vrouw geboren zijn...
is niemand groter dan Johannes.
Toch is zelfs de kleinste
in Gods Koninkrijk groter dan hij.
Maar sinds de tijd van Johannes de Doper...
is het Koninkrijk van de hemel
het doel waarnaar mensen streven...
en degenen die doorzetten, slagen daarin.
Want de Profeten en de Wet hebben allemaal
geprofeteerd tot aan Johannes...
en voor wie het wil aannemen:
hij is ‘Elia die zou komen’.
Laat iedereen die oren heeft, goed luisteren.
Toen de mensen dat hoorden,
ook de belastinginners...
erkenden ze dat God rechtvaardig was...
want zij waren met de doop van Johannes gedoopt.
Maar de farizeeën en de wetgeleerden
minachtten Gods raad voor hen...
want zij waren niet door Johannes gedoopt.
Met wie zal ik deze generatie vergelijken?
Deze generatie is te vergelijken
met kinderen die op het marktplein zitten...
en naar hun vriendjes roepen:
Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld...
maar jullie wilden niet dansen.
Wij hebben een treurlied gezongen...
maar jullie wilden niet huilen.
Zo is ook Johannes gekomen.
Hij at en dronk niet...
en toch zeggen de mensen:
Hij is bezeten door een demon.
De Mensenzoon is gekomen,
en hij eet en drinkt wel...
maar nu zeggen de mensen:
Hij is een veelvraat en een dronkaard...
een vriend van belastinginners en zondaars.
Maar wijsheid blijkt uit de resultaten.
Toen begon hij de steden
waar hij de meeste wonderen had gedaan...
verwijten te maken omdat ze geen berouw hadden:
Wee Chorazin! Wee Bethsaïda!
Als in Tyrus en Sidon dezelfde wonderen
waren gebeurd als bij jullie...
zouden de inwoners allang
in zak en as berouw hebben gehad.
Maar ik zeg jullie: de Oordeelsdag zal voor
Tyrus en Sidon draaglijker zijn dan voor jullie.
En jij, Kapernaüm,
zul je tot de hemel worden verheven?
In het Graf zul je terechtkomen.
Als in Sodom dezelfde wonderen
waren gebeurd als bij jou...
zou het tot op de dag van vandaag nog bestaan.
Maar ik zeg je:
de Oordeelsdag zal voor Sodom
draaglijker zijn dan voor jou.
Vader, Heer van hemel en aarde...
ik loof u in het openbaar...
omdat u deze dingen voor de wijzen
en intellectuelen hebt verborgen...
en ze aan kleine kinderen hebt onthuld.
Ja, Vader...
want zo hebt u het gewild.
Mijn Vader heeft alle dingen aan mij toevertrouwd.
Niemand kent de Zoon volledig behalve de Vader...
en niemand kent de Vader volledig,
behalve de Zoon...
en degenen aan wie de Zoon
bereid is hem te onthullen.
Kom bij mij...
als je vermoeid bent
en gebukt gaat onder een zware last...
dan zal ik je nieuwe kracht geven.
Neem mijn juk op je...
en leer van mij...
want ik ben zachtaardig en nederig van hart.
Dan zul je nieuwe kracht krijgen.
Want mijn juk is makkelijk te dragen...
en mijn last is licht.
Een van de farizeeën nodigde hem
herhaaldelijk uit om bij hem te komen eten.
Hij kwam dus in het huis
van de farizeeër en ging aan tafel.
Er was in die stad een vrouw
die bekendstond als een zondares.
Toen ze hoorde
dat hij bij de farizeeër thuis at...
ging ze ernaartoe...
en nam een albasten kruikje met geurige olie mee.
Huilend knielde ze
achter hem neer, bij zijn voeten.
Ze maakte zijn voeten met haar tranen nat...
en droogde ze met haar haar af.
Ook kuste ze zijn voeten teder...
en goot de geurige olie erover uit.
Toen de farizeeër
die hem had uitgenodigd dat zag...
zei hij bij zichzelf:
Als deze man echt een profeet was...
zou hij weten
wat voor vrouw het is die hem aanraakt...
dat ze een zondares is.
Simon...
ik wil je iets zeggen.
Wat dan, Meester?
Twee mannen
hadden geld geleend bij een geldschieter.
De een had 500 denarii schuld...
en de ander 50.
Ze konden hun schuld niet terugbetalen...
en hij schold ze allebei hun schuld kwijt.
Wie van de twee...
zal het meest van hem houden?
Ik denk de man
aan wie hij het meest heeft kwijtgescholden.
Dat heb je goed gezien.
Zie je deze vrouw?
Ik ben in jouw huis gekomen...
en jij hebt me geen water
voor mijn voeten gegeven.
Maar deze vrouw...
heeft mijn voeten met haar tranen natgemaakt...
en ze met haar haar afgedroogd.
Jij hebt me geen kus gegeven...
maar deze vrouw...
is er sinds ik hier ben...
niet mee opgehouden mijn voeten teder te kussen.
Jij hebt geen olie over mijn hoofd gegoten...
maar deze vrouw...
heeft geurige olie over mijn voeten gegoten.
Ik zeg je:
op grond hiervan...
zijn haar zonden vergeven...
ook al zijn het er veel...
want ze heeft veel liefde getoond.
Maar iemand die weinig wordt vergeven...
toont weinig liefde.
Je zonden...
zijn je vergeven.
Wie is deze man, dat hij zelfs zonden vergeeft?
Je geloof heeft je gered.
Ga in vrede.
Kort daarna...
trok hij van stad naar stad...
en van dorp naar dorp...
om het goede nieuws van Gods Koninkrijk
te prediken en bekend te maken.
De twaalf gingen met hem mee...
en ook enkele vrouwen
die van boze geesten en ziekten waren genezen:
Maria die Magdalena wordt genoemd...
bij wie zeven demonen waren uitgedreven...
Johanna, de vrouw van Chuzas...
de rentmeester van Herodes...
Suzanna...
en veel andere vrouwen, die hun eigen middelen
gebruikten om hen van dienst te zijn.
Hij ging een huis binnen...
en opnieuw verzamelde de menigte zich...
zodat ze niet eens de kans kregen om te eten.
Toen werd er een blinde man bij hem gebracht...
die door demonen bezeten was en niet kon praten.
Hij genas de man,
zodat hij weer kon zien en praten.
De mensen stonden versteld.
Zou dit de Zoon van David zijn?
Deze man kan de demonen
alleen maar uitdrijven door Beëlzebub...
de heerser van de demonen.
Omdat hij wist wat ze dachten...
zei hij tegen ze:
Elk koninkrijk waar verdeeldheid is,
komt ten val...
en geen stad of huis waar verdeeldheid is,
houdt stand.
Dat geldt ook voor Satan:
als hij Satan uitdrijft...
keert hij zich tegen zichzelf.
Hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden?
En als ik door Beëlzebub de demonen uitdrijf...
door wie drijven jullie zonen ze dan uit?
Daarom zullen zij jullie veroordelen.
Maar als ik de demonen uitdrijf door Gods geest...
dan is Gods Koninkrijk
ongemerkt bij jullie gekomen.
Of hoe kan iemand het huis
van een sterke man binnendringen...
en zijn bezittingen stelen
als hij hem niet eerst vastbindt?
Pas dan kan hij zijn huis leeghalen.
Wie niet aan mijn kant staat, is tegen mij...
en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen.
Daarom zeg ik jullie:
elke vorm van zonde en lastering
zal de mensen worden vergeven...
maar als iemand tegen de geest lastert,
zal dat hem niet worden vergeven.
Als iemand bijvoorbeeld...
kwaadspreekt over de Mensenzoon...
zal dat hem worden vergeven.
Maar als iemand
kwaadspreekt over de heilige geest...
zal het hem niet worden vergeven.
Niet in dit tijdperk en ook niet
in het tijdperk dat nog moet komen.
Als je een goede boom hebt,
zijn ook de vruchten goed.
Maar als je een slechte boom hebt,
zijn de vruchten slecht!
Een boom herken je dus aan zijn vruchten.
Addergebroed!
Hoe kunnen jullie iets goed zeggen
terwijl jullie zelf slecht zijn?
Waar het hart vol van is, loopt de mond van over.
Een goed mens haalt goede dingen tevoorschijn
uit zijn voorraad met goede dingen...
maar een slecht mens haalt slechte dingen
tevoorschijn uit zijn voorraad met slechte dingen.
Ik zeg jullie dat de mensen op de Oordeelsdag...
verantwoording zullen afleggen
voor elk zinloos woord dat ze zeggen.
Want op grond van je woorden
zul je rechtvaardig worden verklaard...
en op grond van je woorden
zul je worden veroordeeld.
Meester, laat ons een teken zien.
Een verdorven en ontrouwe generatie
blijft om een teken vragen...
maar ze zullen geen ander teken krijgen...
dan het teken van de profeet Jona.
Want zoals Jona drie dagen en drie nachten
in de buik van de enorme vis zat...
zo zal de Mensenzoon drie dagen en
drie nachten in het binnenste van de aarde zijn.
In het oordeel zullen de inwoners van Ninevé...
samen met deze generatie
opstaan en hen veroordelen...
want zij hadden berouw toen Jona tot ze predikte.
Maar kijk! Meer dan Jona is hier.
De koningin van het Zuiden zal in het oordeel...
samen met deze generatie
een opstanding krijgen en hen veroordelen...
want zij kwam van de einden van de aarde
om de wijsheid van Salomo te horen.
Maar kijk! Meer dan Salomo is hier.
Wanneer een onreine geest iemand verlaat...
trekt hij door dorre streken
op zoek naar een rustplaats...
maar vindt die niet.
Dan zegt hij: Ik ga terug
naar het huis dat ik verlaten heb.
Als hij daar aankomt,
ziet hij dat het leegstaat...
en dat het schoongeveegd en versierd is.
Vervolgens gaat hij zeven andere geesten halen...
die nog slechter zijn dan hijzelf...
en ze gaan naar binnen om er te wonen.
Uiteindelijk is die man er dus
nog erger aan toe dan voor die tijd.
Zo zal het ook gaan met deze verdorven generatie.
Maar toen zijn familieleden dat hoorden,
gingen ze op weg om hem te halen...
want ze zeiden: Hij heeft zijn verstand verloren.
Kijk! Uw moeder en uw broers staan buiten
en willen u graag spreken.
Wie is mijn moeder...
en wie zijn mijn broers?
Kijk...
mijn moeder en mijn broers!
Want iedereen die de wil doet
van mijn Vader in de hemel...
die is mijn broer en mijn zus en mijn moeder.
Nadat Jezus die dag het huis had verlaten,
ging hij aan het meer zitten.
Er verzamelde zich zo'n grote menigte...
dat hij in een boot stapte en ging zitten...
terwijl de menigte op de oever stond.
Toen onderwees hij hun veel dingen
door middel van illustraties.
Een zaaier ging op weg om te zaaien.
Tijdens het zaaien
vielen sommige zaadjes langs de weg...
en er kwamen vogels die ze opaten.
Andere zaadjes vielen op rotsgrond
waar niet veel aarde was...
en ze schoten meteen op
omdat de grond niet diep was.
Maar toen de zon opkwam,
werden ze door de hitte verschroeid...
en ze verdorden omdat ze geen wortels hadden.
Er waren ook zaadjes die tussen de distels vielen.
De distels kwamen op en verstikten het zaad.
Weer andere zaadjes vielen in goede aarde...
en leverden vrucht op:
de een 100, de ander 60
en weer een ander 30 keer zo veel.
Laat iedereen die oren heeft...
goed luisteren.
De discipelen kwamen naar hem toe en zeiden:
Waarom gebruik je illustraties
als je hen toespreekt?
Jullie hebben het voorrecht de heilige geheimen
van het Koninkrijk van de hemel te begrijpen...
maar zij niet.
Want wie heeft, zal meer krijgen
en zelfs overvloed hebben.
Maar van wie niets heeft...
zal zelfs wat hij heeft worden afgenomen.
Daarom gebruik ik illustraties
als ik hen toespreek.
Want ze kijken wel maar zien niets,
en ze luisteren wel maar horen niets...
en begrijpen de betekenis niet.
Zij vormen de vervulling
van de profetie van Jesaja:
Jullie zullen wel horen
maar de betekenis niet begrijpen...
en jullie zullen wel kijken maar niets zien.
Want het hart van dit volk...
is ongevoelig geworden...
hun oren hebben ze dichtgestopt...
en hun ogen hebben ze gesloten.
Daardoor zullen ze nooit
met hun ogen zien en met hun oren horen...
en zullen ze niet
met hun hart de betekenis begrijpen...
en terugkeren en door mij genezen worden.
Maar...
jullie zijn gelukkig
omdat jullie ogen zien en jullie oren horen.
Want ik verzeker jullie:
veel profeten en rechtvaardigen
hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien...
maar hebben het niet gezien...
en hebben ernaar verlangd
te horen wat jullie horen...
maar hebben het niet gehoord.
Luister nu naar de illustratie van de zaaier.
Als iemand het woord over het Koninkrijk hoort...
maar de betekenis ervan niet begrijpt...
komt de goddeloze
en rukt weg wat in zijn hart is gezaaid.
Dat is het zaad dat langs de weg terechtkwam.
Het zaad dat op de rotsgrond valt...
dat is degene die het woord hoort
en het meteen met vreugde aanneemt.
Toch schiet het woord geen wortel in hem.
Hij houdt het een tijdje vol...
maar als er vanwege het woord
vervolging of moeilijkheden ontstaan...
struikelt hij meteen.
Het zaad dat tussen de distels terechtkomt...
dat is degene die het woord hoort...
maar de zorgen van deze wereld...
en de verleiding van rijkdom...
verstikken het woord
en het kan geen vrucht dragen.
Het zaad dat in goede aarde valt...
dat is degene die het woord hoort
en de betekenis ervan begrijpt.
Zo iemand draagt vrucht:
de een 100, de ander 60
en weer een ander 30 keer zo veel.
Het Koninkrijk van de hemel...
kan vergeleken worden met iemand
die goed zaad op zijn akker zaaide.
Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand...
zaaide onkruid tussen de tarwe en ging weer weg.
Toen de tarwe opkwam en vrucht begon te dragen...
kwam ook het onkruid op.
Daarom gingen de slaven
naar de eigenaar toe en zeiden:
Meester, u hebt toch
goed zaad op uw akker gezaaid?
Hoe komt het dan dat er onkruid op staat?
Hij antwoordde:
Een vijand, een mens, heeft dat gedaan.
De slaven zeiden tegen hem:
Wilt u dat we het onkruid verzamelen?
Hij zei: Nee...
want anders zouden jullie
tijdens het verzamelen van het onkruid...
ook de tarwe eruit trekken.
Laat ze samen opgroeien tot de oogst...
en in de oogsttijd
zal ik de oogsters de opdracht geven:
Verzamel eerst het onkruid
en bind het in bundels om het te verbranden.
Breng daarna
de tarwe bijeen in mijn voorraadschuur.
Het Koninkrijk van de hemel...
is als een mosterdzaadje...
dat iemand op zijn akker zaaide.
Het is het kleinste zaadje dat er is...
maar het groeit uit
tot het grootste van de tuingewassen...
en wordt een boom, zodat de vogels
van de hemel in de takken komen nestelen.
Het Koninkrijk van de hemel is als zuurdesem...
die een vrouw door drie grote maten meel mengde...
en uiteindelijk was de hele deegmassa gegist.
Jezus vertelde de mensen
al die dingen door middel van illustraties.
Hij vertelde hun niets zonder illustraties...
zodat vervuld zou worden
wat via de profeet was gezegd:
Ik zal mijn mond openen met illustraties...
ik zal dingen verkondigen
die vanaf de grondlegging verborgen zijn geweest.
Nadat hij de menigte had laten weggaan,
ging hij het huis binnen.
Zijn discipelen kwamen naar hem toe en zeiden:
Wil je ons de illustratie
van het onkruid op de akker uitleggen?
De zaaier van het goede zaad is de Mensenzoon.
De akker is de wereld.
Het goede zaad,
dat zijn de zonen van het Koninkrijk...
maar het onkruid,
dat zijn de zonen van de goddeloze.
De vijand die het onkruid zaaide, is de Duivel.
De oogst betekent het einde van een tijdperk...
en de oogsters zijn engelen.
Zoals het onkruid wordt verzameld en verbrand...
zo zal het ook gaan
aan het einde van het tijdperk.
De Mensenzoon zal zijn engelen eropuit sturen...
en ze zullen alle struikelblokken
en iedereen die wetteloos leeft...
uit zijn Koninkrijk verzamelen...
en in de brandende oven gooien.
Daar zullen ze jammeren en knarsetanden.
In die tijd zullen de rechtvaardigen...
zo helder als de zon
stralen in het Koninkrijk van hun Vader.
Laat iedereen die oren heeft, goed luisteren.
Het Koninkrijk van de hemel...
is als een schat die in het veld verborgen lag.
Een man vond die schat en verborg hem opnieuw.
Hij was zo blij...
dat hij alles verkocht wat hij had
en het veld kocht.
Het Koninkrijk van de hemel
is ook als een reizende koopman...
die op zoek was naar mooie parels.
Toen hij een
heel kostbare parel had gevonden...
besloot hij meteen alles wat hij had te verkopen,
en hij kocht die parel.
Het Koninkrijk van de hemel
is ook als een sleepnet...
dat in de zee werd neergelaten...
en waarin allerlei soorten vissen
werden bijeengebracht.
Toen het vol was,
werd het op het strand getrokken.
Daarna gingen de vissers zitten
om de goede vissen in manden te verzamelen...
maar de ongeschikte vissen gooiden ze weg.
Zo zal het ook gaan
aan het einde van het tijdperk.
De engelen zullen eropuit gaan en zullen
de slechten scheiden van de rechtvaardigen...
en in de brandende oven werpen.
Daar zullen ze jammeren en knarsetanden.
Hebben jullie al die dingen begrepen?
Ja.
-Ja.
Daarom...
is elke onderwijzer die over het Koninkrijk
van de hemel heeft geleerd...
als de meester...
van een huis...
die uit zijn voorraadkamer nieuwe
en oude schatten tevoorschijn haalt.
Nadat Jezus die illustraties
had uitgesproken, ging hij daar weg.