00:00:04
Lang geleden stuurde Abraham z’n dienaar Eliëzer
om een vrouw te zoeken voor z’n zoon.00:00:11
00:00:11
Hij wist dat God wilde
dat het iemand met een groot geloof was.00:00:16
00:00:16
Maar wie zou bereid zijn om alles achter te laten
en het onbekende tegemoet te gaan?00:00:22
00:00:26
Rebekka.00:00:31
00:00:36
Moeder, ik ben thuis.00:00:38
00:00:42
Hallo, lieverd.00:00:45
00:00:45
Rebekka.00:00:46
00:00:46
Je nichtje is naar je op zoek.00:00:49
00:00:49
Hanna, ik ben hier.00:00:52
00:00:53
Rebekka, kun je dit naar vader brengen?00:00:55
00:00:55
Zeker.
Is hij nog aan het werk?00:00:57
00:00:57
Ja, nog steeds.00:00:59
00:01:00
Rebekka, ik zocht je.
Mag ik met je mee?00:01:03
00:01:03
Tuurlijk.00:01:04
00:01:10
Hallo, vader.00:01:12
00:01:12
Dit moest ik geven van Laban.
-Dank je.00:01:15
00:01:24
Kan ik ergens mee helpen?00:01:25
00:01:26
Ga je mee water halen?
-Oké.00:01:28
00:01:34
Hanna, vandaag niet.00:01:36
00:01:36
Je moet helpen bij het avondeten.00:01:38
00:01:39
Oké.00:01:40
00:01:47
Hallo, Rebekka.
-Hallo.00:01:48
00:01:48
Goed je te zien.
Fijne dag nog.00:01:50
00:02:00
Alsjeblieft, geef me een slokje water uit je kruik.00:02:05
00:02:05
Ga uw gang, mijn heer.00:02:07
00:02:16
Ik zal ook water putten voor uw kamelen,
tot ze genoeg gedronken hebben.00:02:20
00:02:49
Jij komt van ver.00:02:51
00:02:54
Mijn heer.00:02:55
00:02:55
Vertel eens, van wie ben je een dochter?00:02:59
00:02:59
En is er in het huis van je vader
plaats voor ons om te overnachten?00:03:04
00:03:16
Ik wil niet eten
voordat ik heb verteld wat ik te zeggen heb.00:03:20
00:03:21
Vertel maar.00:03:23
00:03:23
Ik ben de dienaar van Abraham.00:03:26
00:03:27
Jehovah heeft mijn meester overvloedig gezegend.00:03:31
00:03:31
En Sara, de vrouw van mijn meester,
heeft hem een zoon geschonken toen ze al oud was.00:03:38
00:03:38
Mijn meester heeft me een eed laten zweren.00:03:41
00:03:41
Hij zei: Je moet naar het huis
van mijn vader en naar mijn familie gaan...00:03:46
00:03:47
en daar moet je een vrouw voor mijn zoon uitkiezen.00:03:52
00:03:52
Maar ik zei tegen mijn meester:
Wat als de vrouw niet met me mee wil gaan?00:03:57
00:03:58
Toen antwoordde hij:00:03:59
00:04:00
Jehovah zal zijn engel met je mee sturen
en je reis zeker laten slagen. 00:04:06
00:04:06
Toen ik vandaag bij de bron kwam, zei ik:00:04:10
00:04:10
Jehovah, God van mijn meester Abraham...00:04:15
00:04:15
als u mijn reis wilt laten slagen
laat dan het volgende gebeuren.00:04:22
00:04:23
Als een jonge vrouw water komt putten,
zal ik zeggen:00:04:27
00:04:28
Laat me alsjeblieft
wat water drinken uit je kruik.00:04:31
00:04:31
Als ze antwoordt:00:04:33
00:04:33
Ga uw gang en ik zal ook
water putten voor uw kamelen...00:04:38
00:04:38
laat zij dan de vrouw zijn die Jehovah
heeft uitgekozen voor de zoon van mijn meester.00:04:45
00:04:46
Ik had dat nog maar nauwelijks in mezelf gezegd
of Rebekka kwam eraan, met haar kruik op haar schouder.00:04:56
00:04:56
Daarna vroeg ik haar:
Van wie ben je een dochter?00:05:00
00:05:00
Waarop ze antwoordde:
Van Bethuël.00:05:03
00:05:04
Toen deed ik de ring in haar neus
en de armbanden om haar polsen.00:05:10
00:05:11
Als jullie loyale liefde en trouw
voor mijn meester willen tonen, vertel het me dan...00:05:19
00:05:19
maar zo niet, vertel het me dan ook,
zodat ik weet waar ik aan toe ben.00:05:27
00:05:33
Dit komt van Jehovah.00:05:35
00:05:36
Laat haar de vrouw worden van de zoon van je meester,
zoals Jehovah heeft gezegd.00:05:42
00:06:13
De Negeb is ver weg.00:06:15
00:06:16
Wanneer kom je terug?00:06:18
00:06:24
Kun je niet gewoon hier blijven?00:06:26
00:06:26
Je hebt gehoord wat m’n vader zei:
Dit komt van Jehovah.00:06:30
00:06:30
Je kunt Jehovah hier dienen.00:06:33
00:06:37
Dat is ook zo.00:06:39
00:06:44
Maar vergeet niet, Jehovah zal je zegenen
op manieren die je je niet eens kunt voorstellen.00:06:52
00:06:54
We hebben nog tijd, samen.00:06:58
00:07:04
Laten we ervan genieten.00:07:07
00:07:36
Jehovah, waarom ik?00:07:39
00:07:54
Roep de mannen en maak de kamelen klaar.00:07:57
00:07:57
We gaan vertrekken.
-Komt in orde.00:07:58
00:07:58
Zijn jullie al aan het inpakken?00:08:02
00:08:02
Laat me alstublieft teruggaan naar mijn meester.00:08:05
00:08:05
Laat de jonge vrouw
nog tien dagen bij ons blijven.00:08:07
00:08:07
Minstens tien dagen.00:08:10
00:08:10
Daarna kan ze gaan.00:08:12
00:08:12
Houd me niet langer op
nu Jehovah mijn reis heeft laten slagen.00:08:17
00:08:17
Laat me vertrekken,
zodat ik kan teruggaan naar mijn meester.00:08:22
00:08:23
Laten we de jonge vrouw roepen
en het haar zelf vragen.00:08:27
00:08:31
Rebekka, Eliëzer wil nu al vertrekken.00:08:35
00:08:56
Sorry.00:08:57
00:09:14
Wil je met deze man meegaan?00:09:16
00:09:28
Ik ben bereid te gaan.00:09:30
00:09:47
Ik hou van je.00:09:49
00:10:30
Rebekka!00:10:31
00:10:35
Zus van ons, we hopen
dat je duizenden nakomelingen krijgt...00:10:42
00:10:42
en dat je nageslacht de steden in bezit neemt
van degenen die hen haten.00:10:48
00:10:50
Loof Jehovah!00:10:52
00:10:53
Loof Jehovah!00:10:55
00:10:56
Ik ga je missen!00:10:57
00:10:59
Ik hou van je.00:11:00
00:11:21
Rebekka wist niet wat haar te wachten stond.00:11:24
00:11:25
En we lezen nergens in de Bijbel
dat ze haar familie ooit nog heeft teruggezien.00:11:30
00:11:32
Ze toonde geloof
door alles wat ze kende achter te laten.00:11:37
00:11:37
Jehovah gaf haar het voorrecht
om een voorouder van de Messias te worden.00:11:43
00:11:43
Haar geloof is een mooi voorbeeld
om na te volgen.00:11:48
Volg hun geloof na — Rebekka
-
Volg hun geloof na — Rebekka
Lang geleden stuurde Abraham z’n dienaar Eliëzer
om een vrouw te zoeken voor z’n zoon.
Hij wist dat God wilde
dat het iemand met een groot geloof was.
Maar wie zou bereid zijn om alles achter te laten
en het onbekende tegemoet te gaan?
Rebekka.
Moeder, ik ben thuis.
Hallo, lieverd.
Rebekka.
Je nichtje is naar je op zoek.
Hanna, ik ben hier.
Rebekka, kun je dit naar vader brengen?
Zeker.
Is hij nog aan het werk?
Ja, nog steeds.
Rebekka, ik zocht je.
Mag ik met je mee?
Tuurlijk.
Hallo, vader.
Dit moest ik geven van Laban.
-Dank je.
Kan ik ergens mee helpen?
Ga je mee water halen?
-Oké.
Hanna, vandaag niet.
Je moet helpen bij het avondeten.
Oké.
Hallo, Rebekka.
-Hallo.
Goed je te zien.
Fijne dag nog.
Alsjeblieft, geef me een slokje water uit je kruik.
Ga uw gang, mijn heer.
Ik zal ook water putten voor uw kamelen,
tot ze genoeg gedronken hebben.
Jij komt van ver.
Mijn heer.
Vertel eens, van wie ben je een dochter?
En is er in het huis van je vader
plaats voor ons om te overnachten?
Ik wil niet eten
voordat ik heb verteld wat ik te zeggen heb.
Vertel maar.
Ik ben de dienaar van Abraham.
Jehovah heeft mijn meester overvloedig gezegend.
En Sara, de vrouw van mijn meester,
heeft hem een zoon geschonken toen ze al oud was.
Mijn meester heeft me een eed laten zweren.
Hij zei: Je moet naar het huis
van mijn vader en naar mijn familie gaan...
en daar moet je een vrouw voor mijn zoon uitkiezen.
Maar ik zei tegen mijn meester:
Wat als de vrouw niet met me mee wil gaan?
Toen antwoordde hij:
Jehovah zal zijn engel met je mee sturen
en je reis zeker laten slagen.
Toen ik vandaag bij de bron kwam, zei ik:
Jehovah, God van mijn meester Abraham...
als u mijn reis wilt laten slagen
laat dan het volgende gebeuren.
Als een jonge vrouw water komt putten,
zal ik zeggen:
Laat me alsjeblieft
wat water drinken uit je kruik.
Als ze antwoordt:
Ga uw gang en ik zal ook
water putten voor uw kamelen...
laat zij dan de vrouw zijn die Jehovah
heeft uitgekozen voor de zoon van mijn meester.
Ik had dat nog maar nauwelijks in mezelf gezegd
of Rebekka kwam eraan, met haar kruik op haar schouder.
Daarna vroeg ik haar:
Van wie ben je een dochter?
Waarop ze antwoordde:
Van Bethuël.
Toen deed ik de ring in haar neus
en de armbanden om haar polsen.
Als jullie loyale liefde en trouw
voor mijn meester willen tonen, vertel het me dan...
maar zo niet, vertel het me dan ook,
zodat ik weet waar ik aan toe ben.
Dit komt van Jehovah.
Laat haar de vrouw worden van de zoon van je meester,
zoals Jehovah heeft gezegd.
De Negeb is ver weg.
Wanneer kom je terug?
Kun je niet gewoon hier blijven?
Je hebt gehoord wat m’n vader zei:
Dit komt van Jehovah.
Je kunt Jehovah hier dienen.
Dat is ook zo.
Maar vergeet niet, Jehovah zal je zegenen
op manieren die je je niet eens kunt voorstellen.
We hebben nog tijd, samen.
Laten we ervan genieten.
Jehovah, waarom ik?
Roep de mannen en maak de kamelen klaar.
We gaan vertrekken.
-Komt in orde.
Zijn jullie al aan het inpakken?
Laat me alstublieft teruggaan naar mijn meester.
Laat de jonge vrouw
nog tien dagen bij ons blijven.
Minstens tien dagen.
Daarna kan ze gaan.
Houd me niet langer op
nu Jehovah mijn reis heeft laten slagen.
Laat me vertrekken,
zodat ik kan teruggaan naar mijn meester.
Laten we de jonge vrouw roepen
en het haar zelf vragen.
Rebekka, Eliëzer wil nu al vertrekken.
Sorry.
Wil je met deze man meegaan?
Ik ben bereid te gaan.
Ik hou van je.
Rebekka!
Zus van ons, we hopen
dat je duizenden nakomelingen krijgt...
en dat je nageslacht de steden in bezit neemt
van degenen die hen haten.
Loof Jehovah!
Loof Jehovah!
Ik ga je missen!
Ik hou van je.
Rebekka wist niet wat haar te wachten stond.
En we lezen nergens in de Bijbel
dat ze haar familie ooit nog heeft teruggezien.
Ze toonde geloof
door alles wat ze kende achter te laten.
Jehovah gaf haar het voorrecht
om een voorouder van de Messias te worden.
Haar geloof is een mooi voorbeeld
om na te volgen.
-