JW subtitle extractor

Gage Fleegle: Blijf naastenliefde tonen (Jak. 2:8)

Video Other languages Share text Share link Show times

De meeste regeringen in deze tijd
hebben een grondwet...
dat wil zeggen een verzameling wetten
en principes van een volk...
van een land of van een staat.
Vaak focust die grondwet zich
op individuele rechten.
Als iemand je zou vragen:
Wat is de grondwet van Gods Koninkrijk?
Wat zou je dan zeggen?
Waarschijnlijk: Liefde voor God,
liefde voor je naaste, als je het moet samenvatten.
En we zien een van deze dingen terug
in de tekst voor vandaag.
Laten we Jakobus 2:8 eens opzoeken.
Het is heel goed als jullie je houden
aan de koninklijke wet...
zoals die staat in het Schriftgedeelte:
Je moet je naaste liefhebben als jezelf.
Je moet je naaste liefhebben als jezelf.
Hoeveel regeringen
hebben het woord liefde in hun grondwet?
Niet veel, als ze er al zijn.
Toch noemt Jakobus liefde voor
je naaste de koninklijke wet.
Jehovah en Jezus hebben als koningen
zeker het recht om wetten op te stellen...
over hoe mensen met elkaar om moeten gaan.
En het is heel logisch dat Jehovah
ons vraagt onze naaste lief te hebben.
Want dat leidt tot vrede en eenheid onder de
onderdanen van een bepaalde regering.
En we verwachten natuurlijk niet anders
van Gods Koninkrijk met Jezus als koning.
En eerlijk gezegd, als mensen meer oog
zouden hebben voor hun medeburgers...
zouden ze minder de behoefte hebben
om zelf voor hun rechten op te komen.
Je hoeft niet voor jezelf op te komen als iedereen
om je heen al jouw belangen op het oog heeft.
Maar hoe kun je in het dagelijks leven
laten zien dat je naastenliefde hebt?
Laten we eens
naar het voorbeeld kijken van David.
Het staat in 2 Samuël 17.
En hier was David op de vlucht, samen met
duizenden anderen die hem trouw waren.
David was op de vlucht voor zijn zoon Absalom...
die hem wilde doden
en hem van de troon wilde stoten.
David trok naar het noorden, stak de rivier
over en ging naar Mahanaïm...
wat waarschijnlijk een vestingstad was
met een strategische ligging.
Zouden de inwoners van Mahanaïm bereid zijn
om duizenden personen op te vangen...
die voor Absalom op de vlucht waren,
duizenden uitgeputte mensen?
Wie zou voor ze zorgen?
Wie zou er in al hun behoeften voorzien?
Wie zou er naastenliefde voor ze tonen?
Het antwoord staat in vers 27.
2 Samuël 17:27.
Toen David in Mahanaïm was aangekomen...
kwamen Sobi, de zoon van Nahas
uit Rabba van de Ammonieten...
en Machir, de zoon van Ammiël uit Lodebar...
en Barzillai, de Gileadiet uit Rogelim,
naar hem toe.
Ze brachten veldbedden, schalen, potten,
tarwe, gerst, meel, geroosterd graan...
tuinbonen, linzen, gedroogd graan,
honing, boter, schapen en kaas.
Ze hadden al die dingen meegenomen
zodat David en zijn gevolg konden eten.
Ze zeiden namelijk:
De mensen zullen wel honger en dorst hebben gekregen
en moe zijn geworden in de woestijn.
Ze wisten wat die mensen nodig hadden
en ze gaven het.
Wat geweldig.
Wat een mooie uiting van naastenliefde.
Maar waar kwamen Sobi,
Machir en Barzillai vandaan?
Rabba, Lodebar en Rogelim.
En ze kwamen allemaal naar Mahanaïm.
Maar al die plaatsen
lagen ruim 30 kilometer daarvandaan.
En om daar helemaal te komen,
om naastenliefde te kunnen tonen...
moesten ze door moeilijk begaanbaar terrein.
Wat namen ze mee?
Dat waren allemaal hele praktische dingen.
Veldbedden, schalen,
potten, granen, vlees en kaas.
Die dingen moeten voor David en de anderen
echt fantastisch zijn geweest.
Maar hoe werd alles vervoerd?
Er waren geen vrachtauto's,
er waren geen treinen.
Misschien hadden ze wagens
of gebruikten ze ezels.
En bedenk dat het oorlogstijd was,
Absalom had in heel Israël spionnen.
Zo'n hele karavaan met spullen
zou niet onopgemerkt zijn gebleven.
Dus om zulke naastenliefde te tonen,
hadden Sobi, Machir en Barzillai echt veel moed nodig.
Ze hadden kunnen denken
dat het gewoon te ver was.
Maar zo dachten ze niet.
Ze deden erg veel moeite om naastenliefde te tonen
aan David en aan degenen bij hem.
Ze deden echt alles om te helpen.
Waarom? Hoopten ze er later
iets voor terug te krijgen?
Nee, dat lijkt onwaarschijnlijk.
Misschien weet je het nog.
Barzillai weigerde later een uitnodiging van David...
om lid te worden van zijn hofhouding.
Heel waarschijnlijk werden deze mannen
door Jehovah's heilige geest gemotiveerd.
En ze gaven echt om David en de anderen.
En misschien dachten ze aan het voorbeeld
dat David zelf had gegeven.
Wat voor persoon had David
tot dan toe bewezen te zijn?
Was hij gierig en egoïstisch?
Of was hij vrijgevig en hartelijk?
We weten het antwoord.
Machir had gezien
hoe goed David voor Mefiboseth had gezorgd.
Hoe weten we dat?
Mefiboseth woonde in Machirs huis in Lodebar...
voordat David Mefiboseth aanbood om voortaan
aan zijn tafel in zijn huis te eten in Jeruzalem.
Kijk eens naar
nog een voorbeeld van Davids naastenliefde.
En dit is toen David de ark van het verbond
naar Jeruzalem had gebracht.
Het staat in 2 Samuël 6.
2 Samuël 6:18,19.
Daar staat: Toen David de brandoffers
en de vredeoffers had gebracht...
zegende hij het volk
in de naam van Jehovah van de legermachten.
Verder gaf hij iedereen,
alle Israëlieten, elke man en vrouw...
een ringvormig brood,
een dadelkoek en een rozijnenkoek.
Daarna ging iedereen terug naar huis.
Iedereen, alle Israëlieten, elke man en vrouw.
Hoeveel rozijnenkoeken en broden
waren er die dag wel niet nodig?
David was onpartijdig
en gaf alle Israëlieten wat te eten.
Inzicht in de Schrift zegt bij koeken:
Het kan zijn dat men in de oudheid tenminste enkele
van de rozijnenkoeken van rozijnen en meel bereidde.
Je zou dus kunnen zeggen:
een soort voorloper van onze krentenbol.
In ieder geval:
iedereen, rijk en arm, kreeg dit eten.
Wie waren er eigenlijk allemaal bij?
Zou het misschien kunnen dat Sobi,
Machir en Barzillai erbij waren?
Had dit lieve gebaar van David
indruk op ze gemaakt?
Motiveerde het ze
om later zelf vrijgevig te zijn?
Dat weten we niet.
Maar wat we wel weten
is dat Jehovah alles had gezien...
en waardering had voor Davids naastenliefde.
Hoe kun je dat nu gebruiken?
Kijk eens mee in 1 Johannes 3.
1 Johannes 3:17,18.
Daar zegt Johannes onder inspiratie:
Maar als iemand voldoende bezittingen heeft
en ziet dat zijn broeder gebrek lijdt...
maar toch weigert medegevoel met hem te tonen...
hoe kan de liefde voor God dan in hem blijven?
Lieve kinderen, we moeten elkaar liefhebben...
niet met woorden of met de mond,
maar met daden en in oprechtheid.
En dat is toch precies
wat we nu onder Jehovah's volk zien?
De liefde voor God. Johannes voegt nog
een extra dimensie toe aan naastenliefde.
Hij linkt het hier aan onze liefde voor God.
Dus als we liefde aan onze broeders en zusters tonen,
tonen we het ook aan God.
Als we dus niet met woorden
maar met daden liefhebben...
zorgt Jehovah ook voor ons,
net zoals hij voor David zorgde.
Koning David schreef Psalm 41...
waarschijnlijk toen hij achternagezeten werd
door Absalom, toen die in opstand kwam.
In vers 1 staat: Gelukkig wie aandacht heeft
voor de zwakke.
Op de dag van onheil zal Jehovah hem redden.
Wat een mooie belofte van Jehovah.
Hoe laat Jehovah's organisatie
in deze tijd zien...
dat ze onderdanen zijn van Gods Koninkrijk
en echt naastenliefde tonen?
Zoals net al
in onze commentaren naar voren kwam...
zijn er in de afgelopen 15 maanden
al veel rampen geweest.
In die periode van 15 maanden,
vanaf januari 2023...
heeft onze organisatie meer dan 11 miljoen dollar
uitgegeven aan hulp bij rampen.
In één land bijvoorbeeld
werd meer dan 500.000 dollar uitgegeven...
aan hulpgoederen
om 13.500 broeders en zusters te helpen.
Iedereen kreeg voor 4 maanden aan eten.
Ze kregen 25 kilo rijst, 3 kilo bonen,
1 kilo gedroogde vis en 2 liter olie.
Heb je naaste lief als jezelf.
Over de hele wereld
volgt Jehovah's volk onze lieve God na.
Wat hebben we geleerd?
We houden ons
aan de grondwet van Gods Koninkrijk...
door broederlijke liefde te tonen
voor onze geloofsgenoten.
Soms moeten we extra moeite doen
om anderen te helpen.
En we kunnen
het vertrouwen hebben...
dat Jehovah ons op een dag van onheil
nooit in de steek zal laten...
en ons de kracht zal geven
om naastenliefde te blijven tonen.