00:00:12
Ik ben niet in de waarheid opgevoed.00:00:14
00:00:14
Ik kreeg veel tegenstand van m’n familie
en van mensen van m’n vorige geloof.00:00:20
00:00:20
Soms maakten ze me zelfs belachelijk.00:00:23
00:00:23
Daardoor begon ik steeds meer
tegen de velddienst op te zien.00:00:27
00:00:27
Ik was nog maar heel jong
toen ik al op het land ging werken.00:00:30
00:00:30
Ik werd heel verdrietig
als ik andere kinderen naar school zag gaan.00:00:34
00:00:34
Ik zei altijd: Ik wil ook leren lezen.00:00:37
00:00:37
Maar als kind heb ik nooit de kans gehad
om te leren lezen en schrijven.00:00:42
00:00:42
Ik weet nog dat ik het heel eng vond
om in de velddienst te gaan.00:00:46
00:00:46
Ik dacht steeds:
Zullen ze wel naar me luisteren?00:00:49
00:00:49
Zullen ze wel opendoen?00:00:52
00:00:52
M’n ouders hebben me in de waarheid opgevoed.00:00:55
00:00:55
Maar als kind was ik altijd al echt heel verlegen.00:00:59
00:00:59
Daardoor vond ik het heel erg moeilijk
om mezelf te uiten.00:01:03
00:01:03
En als ik dan toch iets probeerde te zeggen,
kwam het er soms heel anders uit dan ik bedoelde.00:01:09
00:01:10
En tijdens de coronapandemie
kreeg ik een angststoornis.00:01:15
00:01:15
Dus m’n verlegenheid werd alleen maar erger.00:01:19
00:01:19
Telkens als ik met een andere broeder
in de velddienst ging...00:01:23
00:01:23
was ik zo onzeker dat ik tegen hem zei:
Doe jij het woord maar. Ik sta gewoon naast je.00:01:30
00:01:30
Toen ik last kreeg van die angststoornis...00:01:32
00:01:32
werd ik me er heel erg van bewust
wat ik tegen anderen zei.00:01:36
00:01:36
Ik werd bang om iets verkeerds
tegen iemand te zeggen.00:01:39
00:01:39
Of ik dacht dat ze het misschien
niet leuk zouden vinden wat ik tegen ze zei.00:01:43
00:01:43
Daardoor was het voor mij heel moeilijk
om in de velddienst te gaan.00:01:47
00:01:47
Ik kwam een keer bij een vrouw aan de deur
die me vroeg:00:01:50
00:01:51
Hoe kun je nou gaan prediken
als je niet eens kunt lezen?00:01:55
00:01:55
Ik was die dag heel verdrietig.00:01:59
00:02:00
Gebed is een grote hulp geweest.00:02:03
00:02:03
Telkens als ik in de velddienst ging en angst
voelde opkomen, deed ik een kort gebed.00:02:08
00:02:08
Dan voelde ik me beter en merkte ik
dat m’n angst minder werd.00:02:12
00:02:12
Ik had ook het gevoel dat Jehovah m’n hand
vastpakte en me hielp door te gaan met prediken.00:02:19
00:02:19
Ik kon niet lezen,
maar ik zei altijd tegen mezelf:00:02:23
00:02:23
Ik ben niet bang, want ik weet
dat Jehovah mijn hand vasthoudt.00:02:28
00:02:28
Als ik nerveus werd, ging ik altijd bidden.00:02:31
00:02:31
Ik heb veel gehad aan een ervaren zuster
met wie ik vaak samenwerkte in de velddienst.00:02:37
00:02:37
Ze herinnerde me eraan
dat we niet uit onszelf bekwaam zijn...00:02:41
00:02:41
maar dat het Jehovah is
die ons bekwaam maakt voor onze taak.00:02:45
00:02:45
Ik heb ook veel gehad aan andere broeders
en zusters met wie ik in de velddienst samenwerk.00:02:50
00:02:51
Als ze hun velddienstervaringen met me delen...00:02:54
00:02:54
en me vertellen hoe Jehovah
ze heeft geholpen om moedig te zijn...00:02:58
00:02:58
dan geeft me dat de zekerheid
dat als zij het kunnen, met Jehovah’s hulp...00:03:02
00:03:02
ik het ook kan.00:03:05
00:03:05
Ik merkte vaak dat ik tijdens de velddienst...00:03:08
00:03:08
te veel op m’n eigen verstand
probeerde te vertrouwen.00:03:11
00:03:12
Maar toen Jezus predikte,
gebruikte hij de Schrift.00:03:16
00:03:17
Zijn voorbeeld heeft me geholpen te beseffen
dat ik niet heel veel woorden nodig heb.00:03:22
00:03:22
Als ik in de velddienst ga
probeer ik het simpel te houden.00:03:25
00:03:26
Ik zeg bijvoorbeeld:
O, u bent aan het vegen.00:03:29
00:03:29
Of: Wat een prachtige tuin.
Kijk eens hoe mooi die roze bloemen zijn.00:03:34
00:03:34
En dan zeg ik:
Als u de Bijbel gaat bestuderen...00:03:37
00:03:37
kunt u meer leren over de mooie dingen
die God heeft gemaakt.00:03:42
00:03:42
Ik haal veel steun uit Jezus’ woorden:
Ik ben met jullie alle dagen.00:03:48
00:03:48
Die woorden zijn tijdens de dienst
een grote aanmoediging voor me...00:03:51
00:03:51
omdat ik besef dat ik niet alleen ben.00:03:53
00:03:54
Jezus is bij me.00:03:55
00:03:55
Dus als je niet kunt lezen
hoef je echt niet bang te zijn.00:04:00
00:04:00
We hebben nu dingen
waar we naar kunnen luisteren.00:04:03
00:04:04
Dat is echt fantastisch.00:04:06
00:04:06
Je moet je niet laten ontmoedigen.00:04:08
00:04:09
Ook al kon ik niet lezen,
ik heb geleerd wat Jehovah’s naam is.00:04:14
00:04:14
En zijn organisatie heeft me
de kans gegeven om te leren lezen.00:04:19
00:04:19
Ik ben er echt trots op dat ik
Jehovah en zijn naam heb leren kennen.00:04:24
00:04:24
Ik kende die naam eerst niet.
En die naam is zo mooi.00:04:28
00:04:28
Jehovah heeft me laten zien
dat hij echt doet wat zijn naam betekent...00:04:33
00:04:33
dat hij ons laat worden
wat maar nodig is.00:04:36
00:04:36
Want zelfs een verlegen iemand zoals ik,
heeft nu de moed om te prediken.00:04:41
00:04:42
Ik ben heel dankbaar
bij Jehovah’s volk te mogen horen.00:04:46
00:04:46
Ik heb veel over Jehovah geleerd en er zijn
zoveel mooie dingen die ik met anderen kan delen.00:04:52
00:04:52
Dat maakt me echt gelukkig.00:04:55
00:04:55
Nu kijk ik er echt naar uit
om in de velddienst te gaan.00:04:58
00:04:58
Want ik weet dat Jehovah me zal helpen.00:05:01
00:05:01
Hij is degene die me bekwaam heeft gemaakt...00:05:04
00:05:04
zodat ik net als hij,
liefde voor mensen kan tonen.00:05:08
Hou van de prediking: Omgaan met je onzekerheid
-
Hou van de prediking: Omgaan met je onzekerheid
Ik ben niet in de waarheid opgevoed.
Ik kreeg veel tegenstand van m’n familie
en van mensen van m’n vorige geloof.
Soms maakten ze me zelfs belachelijk.
Daardoor begon ik steeds meer
tegen de velddienst op te zien.
Ik was nog maar heel jong
toen ik al op het land ging werken.
Ik werd heel verdrietig
als ik andere kinderen naar school zag gaan.
Ik zei altijd: Ik wil ook leren lezen.
Maar als kind heb ik nooit de kans gehad
om te leren lezen en schrijven.
Ik weet nog dat ik het heel eng vond
om in de velddienst te gaan.
Ik dacht steeds:
Zullen ze wel naar me luisteren?
Zullen ze wel opendoen?
M’n ouders hebben me in de waarheid opgevoed.
Maar als kind was ik altijd al echt heel verlegen.
Daardoor vond ik het heel erg moeilijk
om mezelf te uiten.
En als ik dan toch iets probeerde te zeggen,
kwam het er soms heel anders uit dan ik bedoelde.
En tijdens de coronapandemie
kreeg ik een angststoornis.
Dus m’n verlegenheid werd alleen maar erger.
Telkens als ik met een andere broeder
in de velddienst ging...
was ik zo onzeker dat ik tegen hem zei:
Doe jij het woord maar. Ik sta gewoon naast je.
Toen ik last kreeg van die angststoornis...
werd ik me er heel erg van bewust
wat ik tegen anderen zei.
Ik werd bang om iets verkeerds
tegen iemand te zeggen.
Of ik dacht dat ze het misschien
niet leuk zouden vinden wat ik tegen ze zei.
Daardoor was het voor mij heel moeilijk
om in de velddienst te gaan.
Ik kwam een keer bij een vrouw aan de deur
die me vroeg:
Hoe kun je nou gaan prediken
als je niet eens kunt lezen?
Ik was die dag heel verdrietig.
Gebed is een grote hulp geweest.
Telkens als ik in de velddienst ging en angst
voelde opkomen, deed ik een kort gebed.
Dan voelde ik me beter en merkte ik
dat m’n angst minder werd.
Ik had ook het gevoel dat Jehovah m’n hand
vastpakte en me hielp door te gaan met prediken.
Ik kon niet lezen,
maar ik zei altijd tegen mezelf:
Ik ben niet bang, want ik weet
dat Jehovah mijn hand vasthoudt.
Als ik nerveus werd, ging ik altijd bidden.
Ik heb veel gehad aan een ervaren zuster
met wie ik vaak samenwerkte in de velddienst.
Ze herinnerde me eraan
dat we niet uit onszelf bekwaam zijn...
maar dat het Jehovah is
die ons bekwaam maakt voor onze taak.
Ik heb ook veel gehad aan andere broeders
en zusters met wie ik in de velddienst samenwerk.
Als ze hun velddienstervaringen met me delen...
en me vertellen hoe Jehovah
ze heeft geholpen om moedig te zijn...
dan geeft me dat de zekerheid
dat als zij het kunnen, met Jehovah’s hulp...
ik het ook kan.
Ik merkte vaak dat ik tijdens de velddienst...
te veel op m’n eigen verstand
probeerde te vertrouwen.
Maar toen Jezus predikte,
gebruikte hij de Schrift.
Zijn voorbeeld heeft me geholpen te beseffen
dat ik niet heel veel woorden nodig heb.
Als ik in de velddienst ga
probeer ik het simpel te houden.
Ik zeg bijvoorbeeld:
O, u bent aan het vegen.
Of: Wat een prachtige tuin.
Kijk eens hoe mooi die roze bloemen zijn.
En dan zeg ik:
Als u de Bijbel gaat bestuderen...
kunt u meer leren over de mooie dingen
die God heeft gemaakt.
Ik haal veel steun uit Jezus’ woorden:
Ik ben met jullie alle dagen.
Die woorden zijn tijdens de dienst
een grote aanmoediging voor me...
omdat ik besef dat ik niet alleen ben.
Jezus is bij me.
Dus als je niet kunt lezen
hoef je echt niet bang te zijn.
We hebben nu dingen
waar we naar kunnen luisteren.
Dat is echt fantastisch.
Je moet je niet laten ontmoedigen.
Ook al kon ik niet lezen,
ik heb geleerd wat Jehovah’s naam is.
En zijn organisatie heeft me
de kans gegeven om te leren lezen.
Ik ben er echt trots op dat ik
Jehovah en zijn naam heb leren kennen.
Ik kende die naam eerst niet.
En die naam is zo mooi.
Jehovah heeft me laten zien
dat hij echt doet wat zijn naam betekent...
dat hij ons laat worden
wat maar nodig is.
Want zelfs een verlegen iemand zoals ik,
heeft nu de moed om te prediken.
Ik ben heel dankbaar
bij Jehovah’s volk te mogen horen.
Ik heb veel over Jehovah geleerd en er zijn
zoveel mooie dingen die ik met anderen kan delen.
Dat maakt me echt gelukkig.
Nu kijk ik er echt naar uit
om in de velddienst te gaan.
Want ik weet dat Jehovah me zal helpen.
Hij is degene die me bekwaam heeft gemaakt...
zodat ik net als hij,
liefde voor mensen kan tonen.
-