00:00:01
In de Wachttoren van 1 april 1935
werd een uitnodiging gedaan.00:00:08
00:00:08
En dat was een hele fascinerende uitnodiging.00:00:12
00:00:12
Onder het kopje Congres
stond de volgende aankondiging:00:00:16
00:00:16
Opnieuw herinnert de Wachttoren zijn lezers eraan
dat van 30 mei tot en met 3 juni 1935...00:00:24
00:00:24
in Washington D.C. een congres van Jehovah’s
Getuigen en Jonadabs gehouden zal worden.00:00:33
00:00:33
We hopen dat velen van het overblijfsel
en de Jonadabs...00:00:37
00:00:37
in staat zullen zijn dit congres bij te wonen.00:00:40
00:00:41
Hiervoor hebben niet veel Jonadabs
het voorrecht gehad een congres bij te wonen.00:00:45
00:00:46
En het congres te Washington kan hun werkelijk
troost schenken en tot nut zijn.00:00:54
00:00:54
Dat was een hele warme uitnodiging,
maar ook een fascinerende die vragen oproept.00:01:00
00:01:00
Wie waren de Jonadabs?00:01:03
00:01:03
En hoe zou dit congres
hun troost schenken en tot nut zijn?00:01:09
00:01:09
En...00:01:10
00:01:11
hoe heeft dat congres meer dan 85 jaar geleden...00:01:15
00:01:15
ons geholpen de woorden in de tekst van
vandaag, Openbaring 7, beter te begrijpen?00:01:20
00:01:20
In die tijd dachten Jehovah’s Getuigen
dat er 3 groepen waren die gered zouden worden.00:01:28
00:01:28
De eerste groep...00:01:30
00:01:30
dat waren de 144.000
die beschreven worden in Openbaring 7:1-8.00:01:39
00:01:39
En Jehovah’s Getuigen begrepen
dat dat de gezalfde christenen waren...00:01:43
00:01:43
die met Jezus in de hemel zouden regeren.00:01:47
00:01:47
De tweede groep...00:01:49
00:01:49
dat waren de personen die de hoop hadden
om eeuwig te leven op aarde.00:01:54
00:01:54
Het is interessant
dat in de Wachttoren van 1932...00:02:00
00:02:00
degenen met een aardse hoop
werden vergeleken met Jehu’s assistent Jonadab...00:02:06
00:02:07
omdat Jonadab
de gezalfde van Jehovah ondersteunde.00:02:11
00:02:11
Daarom werd deze groep vanaf 1932
aangeduid als de Jonadabs.00:02:17
00:02:17
Maar het was pas in 1934,
het jaar voor het congres in Washington D.C...00:02:24
00:02:24
dat de Jonadabs via het onderwijs
in de Wachttoren werden geholpen te begrijpen...00:02:30
00:02:30
dat het passend zou zijn dat ook zij zich aan
Jehovah zouden opdragen en zouden laten dopen.00:02:39
00:02:39
Maar dat zijn twee groepen,
de 144.000 en de Jonadabs.00:02:45
00:02:45
Wie waren dan de derde groep?00:02:48
00:02:48
Dat was de grote schare,
of de grote menigte...00:02:52
00:02:52
die wordt beschreven in Openbaring 7 vanaf vers 9.00:02:57
00:02:57
Kijk eens naar de volgende afbeelding...00:03:00
00:03:00
terwijl ik voorlees welke termen Johannes
gebruikt om deze grote menigte te beschrijven.00:03:08
00:03:08
Hij zegt: Daarna, dat wil zeggen
na het zien van de 144.000...00:03:15
00:03:15
keek ik en zag een grote menigte
die niemand tellen kon.00:03:20
00:03:20
Dus deze menigte is niet te tellen,
zoals de 144.000.00:03:24
00:03:24
Er zit geen limiet aan.00:03:26
00:03:26
En de menigte kent ook veel diversiteit.00:03:29
00:03:29
Ze komen uit alle landen,
stammen, volken en talen.00:03:34
00:03:34
Waar bevinden ze zich?00:03:36
00:03:36
Ze stonden voor de troon en voor het Lam.00:03:39
00:03:39
Hoe zijn ze gekleed? In witte gewaden.00:03:43
00:03:43
En ze hebben palmtakken in hun handen.00:03:46
00:03:46
Met luide stem riepen ze steeds:00:03:48
00:03:48
Redding hebben we te danken aan onze God,
die op de troon zit, en aan het Lam.00:03:55
00:03:55
Wat een mooie omschrijving.00:03:57
00:03:57
Hun witte gewaden duiden erop dat ze zich niet
door de wereld hebben laten besmeuren.00:04:02
00:04:02
Ze bedanken Jehovah
en het Lam voor hun redding.00:04:05
00:04:06
Ze zijn loyaal.00:04:07
00:04:07
En dat ze palmtakken in hun handen hebben...00:04:09
00:04:09
betekent dat ze Jezus erkennen
als de door Jehovah aangestelde koning.00:04:15
00:04:15
Wat vertelt Johannes nog meer?00:04:17
00:04:17
Ik nodig je uit om met me mee te lezen
in Openbaring 7 vanaf vers 13.00:04:22
00:04:22
Openbaring 7:13:00:04:25
00:04:25
Toen vroeg een van de oudsten mij:00:04:28
00:04:28
Wie zijn dat in die witte gewaden
en waar komen ze vandaan?00:04:34
00:04:34
Onmiddellijk zei ik tegen hem:
Mijn heer, u weet het.00:04:40
00:04:40
Daarop zei hij: Dat zijn degenen
die uit de grote verdrukking komen.00:04:46
00:04:46
Dat is de dagtekst.00:04:48
00:04:49
Ze hebben hun gewaden gewassen
en wit gemaakt in het bloed van het Lam.00:04:56
00:04:56
Daarom staan ze voor de troon van God...00:04:58
00:04:58
en doen ze dag en nacht
heilige dienst voor hem in zijn tempel.00:05:02
00:05:03
Hij die op de troon zit,
zal zijn tent over hen uitspreiden.00:05:08
00:05:08
Maar uit wie bestaat die grote schare,
of grote menigte?00:05:14
00:05:14
Dat is iets wat Jehovah’s aanbidders
zich jarenlang hebben afgevraagd.00:05:18
00:05:18
De Bijbelonderzoekers dachten
dat het een secundaire hemelse klasse was.00:05:23
00:05:23
Waarom?00:05:24
00:05:24
Omdat ze voor de troon en voor het Lam stonden.00:05:30
00:05:31
Maar ze staan daar,
ze zitten niet op tronen.00:05:36
00:05:36
Daarom werd de conclusie getrokken
dat zij op de een of andere manier...00:05:39
00:05:39
minder getrouw of gehoorzaam waren geweest
terwijl ze op aarde waren.00:05:44
00:05:45
Maar was dat een juiste redenatie?00:05:49
00:05:50
Het antwoord werd gegeven op dat congres
in Washington D.C. op vrijdagmiddag 31 mei 1935.00:05:59
00:05:59
Broeder Rutherford gaf een lezing met de titel:
De grote schare.00:06:05
00:06:05
In die lezing legde broeder Rutherford uit
uit wie de grote schare zou bestaan.00:06:12
00:06:12
Hij legde uit dat de veelbesproken
secundaire hemelse klasse gewoonweg niet bestond.00:06:21
00:06:21
Uit wie bestond de grote schare dan?00:06:25
00:06:25
De hedendaagse Jonadabs.00:06:27
00:06:27
Wauw.00:06:29
00:06:29
En van hen zou hetzelfde worden verwacht
als van de gezalfden.00:06:33
00:06:34
Ook zij zouden Jehovah
trouw dienen en gehoorzamen.00:06:40
00:06:40
En toen kwam een heel bijzonder moment.00:06:42
00:06:42
Broeder Rutherford vroeg:00:06:44
00:06:44
Zouden allen die de hoop hebben eeuwig
op aarde te leven willen opstaan?00:06:50
00:06:50
Hoeveel mensen stonden er op?00:06:53
00:06:53
Volgens een ooggetuige meer dan 10.000.00:06:57
00:06:57
Wat een moment.00:06:59
00:06:59
En toen zei broeder Rutherford:
Ziedaar! De grote schare.00:07:06
00:07:06
Een zuster vertelt: Eerst was er stilte...00:07:11
00:07:11
en toen een vreugdegeroep,
gevolgd door een luid en aanhoudend applaus.00:07:17
00:07:17
Dat congres duurde maar een paar dagen.00:07:20
00:07:20
Maar het heeft iets in gang gezet
dat tot op de dag van vandaag voortduurt.00:07:25
00:07:26
Want wat was het effect?00:07:28
00:07:28
Het was het begin van een zoektocht.00:07:31
00:07:31
Een zuster vertelt: Met hernieuwd enthousiasme
gingen we aan de slag.00:07:36
00:07:36
We gingen terug naar ons gebied...00:07:38
00:07:38
om al die schapen die nog bijeengebracht
moesten worden te zoeken.00:07:43
00:07:43
En er was nog een ander effect.00:07:46
00:07:46
Sommigen gebruikten na dit congres tijdens
het Avondmaal niet meer van de symbolen.00:07:51
00:07:51
Waarom niet?00:07:52
00:07:52
Omdat ze nu beseften
dat ze een aardse hoop hadden.00:07:56
00:07:57
Zij begrepen nu wat hun plek was
in Jehovah’s regeling.00:08:01
00:08:01
En er was nog iets anders dat veranderde.00:08:05
00:08:05
Tot 1935 was het onderwijs in de publicaties
vooral gericht op de gezalfden.00:08:13
00:08:13
Maar na dit congres bevatten
de Wachttoren en andere publicaties...00:08:17
00:08:18
geestelijk voedsel
voor zowel de gezalfden als de grote menigte.00:08:24
00:08:24
Het resultaat is dat we nu echte eenheid ervaren.00:08:28
00:08:28
We maken nu de vervulling mee
van Jezus’ profetische woorden in Johannes 10:16:00:08:35
00:08:35
Ik heb nog andere schapen
die niet van deze kooi zijn...00:08:39
00:08:39
dus geen gezalfden.00:08:41
00:08:41
Ook die moet ik bij elkaar brengen.00:08:43
00:08:43
Ze zullen naar mijn stem luisteren
en ze zullen één kudde onder één herder worden.00:08:48
00:08:48
Wat een voorrecht
om bij Jehovah’s kudde te horen...00:08:52
00:08:52
om te luisteren
naar de stem van de goede herder...00:08:56
00:08:56
en de getrouwe en beleidvolle slaaf
die door hem is aangesteld.00:09:02
00:09:02
Een van de aanwezigen op dat congres in 1935
was broeder Robert Simons.00:09:08
00:09:08
Hij kon zich helemaal vinden
in de beschrijving van de grote menigte...00:09:11
00:09:11
en was ontzettend blij te horen
dat hij daarbij hoorde.00:09:16
00:09:16
Hij vertelde hoe enthousiast hij was:00:09:18
00:09:18
Vanavond in de tram terug naar het hotel
stapte ik op iedereen af...00:09:23
00:09:23
om ze te vertellen
dat ik bij de grote schare hoor.00:09:27
00:09:27
Hij had een gegronde reden om zo blij te zijn.00:09:30
00:09:30
En dat geldt nog steeds.00:09:32
00:09:32
Ook wij willen graag onze waardering blijven
vergroten voor onze plek in Jehovah’s regeling.00:09:38
00:09:38
En terwijl we ons hart en onze geest
voorbereiden op het Avondmaal...00:09:42
00:09:42
voelen we ons heel dankbaar...00:09:44
00:09:44
of we nu bij de gezalfden horen...00:09:45
00:09:46
of bij de grote menigte
die uit de grote verdrukking komt.00:09:49
Seth Hyatt: ‘Ziedaar! De grote schare!’ (Openb. 7:13, 14)
-
Seth Hyatt: ‘Ziedaar! De grote schare!’ (Openb. 7:13, 14)
In de Wachttoren van 1 april 1935
werd een uitnodiging gedaan.
En dat was een hele fascinerende uitnodiging.
Onder het kopje Congres
stond de volgende aankondiging:
Opnieuw herinnert de Wachttoren zijn lezers eraan
dat van 30 mei tot en met 3 juni 1935...
in Washington D.C. een congres van Jehovah’s
Getuigen en Jonadabs gehouden zal worden.
We hopen dat velen van het overblijfsel
en de Jonadabs...
in staat zullen zijn dit congres bij te wonen.
Hiervoor hebben niet veel Jonadabs
het voorrecht gehad een congres bij te wonen.
En het congres te Washington kan hun werkelijk
troost schenken en tot nut zijn.
Dat was een hele warme uitnodiging,
maar ook een fascinerende die vragen oproept.
Wie waren de Jonadabs?
En hoe zou dit congres
hun troost schenken en tot nut zijn?
En...
hoe heeft dat congres meer dan 85 jaar geleden...
ons geholpen de woorden in de tekst van
vandaag, Openbaring 7, beter te begrijpen?
In die tijd dachten Jehovah’s Getuigen
dat er 3 groepen waren die gered zouden worden.
De eerste groep...
dat waren de 144.000
die beschreven worden in Openbaring 7:1-8.
En Jehovah’s Getuigen begrepen
dat dat de gezalfde christenen waren...
die met Jezus in de hemel zouden regeren.
De tweede groep...
dat waren de personen die de hoop hadden
om eeuwig te leven op aarde.
Het is interessant
dat in de Wachttoren van 1932...
degenen met een aardse hoop
werden vergeleken met Jehu’s assistent Jonadab...
omdat Jonadab
de gezalfde van Jehovah ondersteunde.
Daarom werd deze groep vanaf 1932
aangeduid als de Jonadabs.
Maar het was pas in 1934,
het jaar voor het congres in Washington D.C...
dat de Jonadabs via het onderwijs
in de Wachttoren werden geholpen te begrijpen...
dat het passend zou zijn dat ook zij zich aan
Jehovah zouden opdragen en zouden laten dopen.
Maar dat zijn twee groepen,
de 144.000 en de Jonadabs.
Wie waren dan de derde groep?
Dat was de grote schare,
of de grote menigte...
die wordt beschreven in Openbaring 7 vanaf vers 9.
Kijk eens naar de volgende afbeelding...
terwijl ik voorlees welke termen Johannes
gebruikt om deze grote menigte te beschrijven.
Hij zegt: Daarna, dat wil zeggen
na het zien van de 144.000...
keek ik en zag een grote menigte
die niemand tellen kon.
Dus deze menigte is niet te tellen,
zoals de 144.000.
Er zit geen limiet aan.
En de menigte kent ook veel diversiteit.
Ze komen uit alle landen,
stammen, volken en talen.
Waar bevinden ze zich?
Ze stonden voor de troon en voor het Lam.
Hoe zijn ze gekleed? In witte gewaden.
En ze hebben palmtakken in hun handen.
Met luide stem riepen ze steeds:
Redding hebben we te danken aan onze God,
die op de troon zit, en aan het Lam.
Wat een mooie omschrijving.
Hun witte gewaden duiden erop dat ze zich niet
door de wereld hebben laten besmeuren.
Ze bedanken Jehovah
en het Lam voor hun redding.
Ze zijn loyaal.
En dat ze palmtakken in hun handen hebben...
betekent dat ze Jezus erkennen
als de door Jehovah aangestelde koning.
Wat vertelt Johannes nog meer?
Ik nodig je uit om met me mee te lezen
in Openbaring 7 vanaf vers 13.
Openbaring 7:13:
Toen vroeg een van de oudsten mij:
Wie zijn dat in die witte gewaden
en waar komen ze vandaan?
Onmiddellijk zei ik tegen hem:
Mijn heer, u weet het.
Daarop zei hij: Dat zijn degenen
die uit de grote verdrukking komen.
Dat is de dagtekst.
Ze hebben hun gewaden gewassen
en wit gemaakt in het bloed van het Lam.
Daarom staan ze voor de troon van God...
en doen ze dag en nacht
heilige dienst voor hem in zijn tempel.
Hij die op de troon zit,
zal zijn tent over hen uitspreiden.
Maar uit wie bestaat die grote schare,
of grote menigte?
Dat is iets wat Jehovah’s aanbidders
zich jarenlang hebben afgevraagd.
De Bijbelonderzoekers dachten
dat het een secundaire hemelse klasse was.
Waarom?
Omdat ze voor de troon en voor het Lam stonden.
Maar ze staan daar,
ze zitten niet op tronen.
Daarom werd de conclusie getrokken
dat zij op de een of andere manier...
minder getrouw of gehoorzaam waren geweest
terwijl ze op aarde waren.
Maar was dat een juiste redenatie?
Het antwoord werd gegeven op dat congres
in Washington D.C. op vrijdagmiddag 31 mei 1935.
Broeder Rutherford gaf een lezing met de titel:
De grote schare.
In die lezing legde broeder Rutherford uit
uit wie de grote schare zou bestaan.
Hij legde uit dat de veelbesproken
secundaire hemelse klasse gewoonweg niet bestond.
Uit wie bestond de grote schare dan?
De hedendaagse Jonadabs.
Wauw.
En van hen zou hetzelfde worden verwacht
als van de gezalfden.
Ook zij zouden Jehovah
trouw dienen en gehoorzamen.
En toen kwam een heel bijzonder moment.
Broeder Rutherford vroeg:
Zouden allen die de hoop hebben eeuwig
op aarde te leven willen opstaan?
Hoeveel mensen stonden er op?
Volgens een ooggetuige meer dan 10.000.
Wat een moment.
En toen zei broeder Rutherford:
Ziedaar! De grote schare.
Een zuster vertelt: Eerst was er stilte...
en toen een vreugdegeroep,
gevolgd door een luid en aanhoudend applaus.
Dat congres duurde maar een paar dagen.
Maar het heeft iets in gang gezet
dat tot op de dag van vandaag voortduurt.
Want wat was het effect?
Het was het begin van een zoektocht.
Een zuster vertelt: Met hernieuwd enthousiasme
gingen we aan de slag.
We gingen terug naar ons gebied...
om al die schapen die nog bijeengebracht
moesten worden te zoeken.
En er was nog een ander effect.
Sommigen gebruikten na dit congres tijdens
het Avondmaal niet meer van de symbolen.
Waarom niet?
Omdat ze nu beseften
dat ze een aardse hoop hadden.
Zij begrepen nu wat hun plek was
in Jehovah’s regeling.
En er was nog iets anders dat veranderde.
Tot 1935 was het onderwijs in de publicaties
vooral gericht op de gezalfden.
Maar na dit congres bevatten
de Wachttoren en andere publicaties...
geestelijk voedsel
voor zowel de gezalfden als de grote menigte.
Het resultaat is dat we nu echte eenheid ervaren.
We maken nu de vervulling mee
van Jezus’ profetische woorden in Johannes 10:16:
Ik heb nog andere schapen
die niet van deze kooi zijn...
dus geen gezalfden.
Ook die moet ik bij elkaar brengen.
Ze zullen naar mijn stem luisteren
en ze zullen één kudde onder één herder worden.
Wat een voorrecht
om bij Jehovah’s kudde te horen...
om te luisteren
naar de stem van de goede herder...
en de getrouwe en beleidvolle slaaf
die door hem is aangesteld.
Een van de aanwezigen op dat congres in 1935
was broeder Robert Simons.
Hij kon zich helemaal vinden
in de beschrijving van de grote menigte...
en was ontzettend blij te horen
dat hij daarbij hoorde.
Hij vertelde hoe enthousiast hij was:
Vanavond in de tram terug naar het hotel
stapte ik op iedereen af...
om ze te vertellen
dat ik bij de grote schare hoor.
Hij had een gegronde reden om zo blij te zijn.
En dat geldt nog steeds.
Ook wij willen graag onze waardering blijven
vergroten voor onze plek in Jehovah’s regeling.
En terwijl we ons hart en onze geest
voorbereiden op het Avondmaal...
voelen we ons heel dankbaar...
of we nu bij de gezalfden horen...
of bij de grote menigte
die uit de grote verdrukking komt.
-